![]() |
Lekkerwandelen.nl |
||||||||||||||||||||||||
de wandelsite van Wim Alberts en Hedzer Kooistra |
|||||||||||||||||||||||||
|
Het is uren later dan gisteren, maar toch nog wel vroeg als we om 7.00 uur in een sfeervol verlichte zaal ‘am Frühstück’ zitten in het hotel. We laten ons het uitgebreide ontbijt uitstekend smaken. We hebben het plan opgevat om vanaf ‘Bahnhof Bad Bentheim’ de trein van 7.57 uur te nemen richting Rheine. Via internet heeft Wim al treintickets in zijn bezit gekregen en hoeven we ons dus geen zorgen te maken hoe een duitse ticketautomaat werkt. Bij het station van Bad Bentheim bevinden zich meerdere grote parkeerplaatsen en is er dus waarschijnlijk plek genoeg om de auto kwijt te raken. We rekenen af na het ontbijt. Gelukkig hebben we genoeg contanten in onze portemonnees, want Wim weet de pincode van zijn nieuwe creditcard niet meer. Dat ‘was’ dus even schrikken. Buiten laden we de bagage in de auto en rijden richting van het station. Een paar honderd meter verderop zien we een bäckerei en kopen daar een zak vol verse ‘normal brötchen’ voor onderweg. De van huis meegenomen plakken oude kaas zullen daar uitstekend op smaken. Bij het station vinden we een prachtige parkeerplaats voor de auto. De consequentie van de keus van het hier parkeren van de auto is wel, dat we vanmiddag bij aankomst in Bad Bentheim nog zo’n 1500 meter moeten wandelen naar deze parkeerplaats. Maar de wandeletappe van vandaag is slechts 26 km en dus pakken we die 1,5 km er ook nog wel even bij. Om exact 7.57 uur vertrekt de goed gevulde trein toeterend naar het oosten in de richting van Rheine. Het is even na 8.20 uur als we starten met de 4e etappe van De Handelsweg. De laatste etappe die geheel door Duitsland voert. De volgende etappe (Bad Bentheim – Oldenzaal) zal namelijk voor een deel door Duitsland en voor een deel door Nederland voeren. Op de ‘antieke’ straatlantaarnpalen zien we de bekende zwarte ‘T’ op de witte achtergrond. Daarachter de plompe toren van de Stadtkirche met zijn opvallende groen koperen dak in piramidevorm. Voor de kirche een prachtig gedeelte van de Altstadt genaamd Am Markt. Om de Markt heen oude stadshuizen waarvan enkele vakwerkmodel. Als Hollander blijf je dit prachtig en sfeervol vinden. Op de Markt houden we links aan, volgen wat oude stadswegen om uiteindelijk via de Mühlenstraße - en langs het Falkenhofmuseum - bij de snelstromende Ems uit te komen. Een deel van de rivier heeft ruim baan om in sneltreinvaart het oude stadscentrum van Rheine te doorsnijden; een ander - afgeleid - deel van de rivier wordt gedwongen te stromen via “Das Rheiner Emswehr”. Een bouwwerk voor regulering van de waterstand i.v.m. de scheepvaart meer stroomafwaarts, maar ook in gebruik als waterkrachtcentrale. Multifunctioneel dus! We volgen vele kilometers de prachtige linkeroever van de Ems. Ondanks wat bebouwing op afstand een buitengewoon rustige wereld om ons heen. Af en toe een kwetterende eend is, naast het geruis van de rivier, het enige ‘lawaai’ wat we horen. Even verderop gaan we via een tunneltje een oud spoordijkje onderdoor en doemt voor ons op “Kloster en Schloß Bentlage”. Een klooster gelegen op een uitgestrekt terrein langs de Ems met oude klooster- en slotgebouwen, boerderijen en een heuse remise. Een prachtig gietijzeren toegangshek aan beide zijden geflankeerd door bijpassende gebouwen completeert het geheel. Voor ons neemt plots het lawaai opvallend toe; het blijken twee luid kwekkende dames te zijn die op hun manier genieten van dit fraaie stukje natuurschoon en historie. Een manlijke jogger passeert ons puffend, maar ook hoofdschuddend. Hij denkt hetzelfde als wij. Prachtige oude bomen houden de wacht aan beide zijden van ‘ons’ zandpad. Op verschillende plaatsen in de berm staan grote crèmekleurige zwamvlokken - in de volksmond paddenstoelen genoemd - in ronde kringen, de zogenaamde ‘heksenkringen’, opgesteld en ondergronds onderling verbonden door schimmeldraden. Bijzonder die natuur. We wandelen onder de brug, bestaande uit meerdere bogen, van de drukke B70 door. Door bouw en ligging is van het voortrazende verkeer amper wat te horen. En zo hoort het ook! Even verderop zien we op de oever aan de overkant een absoluut pretentieus wit landhuis van ongelofelijk schoonheid en stijl pronken. Twee paarden op diezelfde oever volgen ons met enige argwaan alvorens ze verder grazen. We volgen verder de Ems en komen uit bij de ‘Dritte Emsschleuse’. Een door elke schipperspassant geheel zelf te bedienen schutsluis. Grote informatieborden geven aan hoe e.e.a. werkt en gebruikt moet worden. Wim kan het niet laten en draait her en der wat aan hengsels die op hun beurt tandheugels in beweging zetten. Op het oog gebeurt er niets bijzonders. “Anders lezen we het morgen wel in de krant!” roept Hedzer. Gauw uitgespeeld - we blijven mannen - wandelen we verder volgens de markering en het boekje, onze nieuwe avonturen tegemoet. De Ems blijft nog enkele honderden meters aan de rechterhand. Op een gegeven moment houden wij meer links aan en laten langzaam de rivier zijn eigen bedding volgen. Het prachtige zandpad begint, naarmate we de bosrand naderen en glooiende akkers in zicht komen, steeds blubberiger te worden. Met enige moeite kunnen we ons staande houden in het glibberige goedje. Het lijkt wel een soort van lössgrond. Voor ons verschijnt een heel oude beuk met knoesterige wortels. We schatten zijn leeftijd op zeker zo’n 200 jaar. Daar word je stil van. Deze eerwaarde heeft gedurende zijn leven veel gezien en gehoord. Wat stellen wij daar nu bij voor? Niets toch? Het brede zandpad lijkt tegen het besloten erf van een soort van Saksische boerderij dood te lopen. Maar net voor het hek slaat ‘ons’ pad links af en wordt een smal paadje. We volgen het hek, komen uit vlak voor het buurtschapje Hummeldorf, steken de drukke B65 over en staan plots voor de dubbelbaans spoorlijn ‘Amsterdam – Moskou’, of wat preciezer; ‘Bad Bentheim – Rheine’. Het spoor via de spoorweg over en rechts aanhouden doet ons uitkomen bij alweer een fraaie en doordachte ‘hütte’, de ‘Salzhütte’ deze keer. De klok wijst inmiddels 10.15 uur aan. Tijd voor koffie, koek of ‘normal brötchen’ met Old Amsterdammer. Heerlijk! En natuurlijk treintjes kijken. Deze gedachte is nog maar net in ons brein opgekomen of de spoorbomen beginnen te dalen onder toezicht van de bijbehorende rood knipperende lampen. In tegenstelling tot ons land, is er geen belsignaal. Wat een rust brengt deze mechanische beweging voort bij gebruik. Het duurt een aantal minuten voordat de eerste trein, - globaal gaande in de richting van Moskou - passeert. Een rode locomotief trekt een tiental even rode wagons met passagiers. Deze trein is nog maar amper voorbij of vanuit tegenovergestelde richting - en gelukkig wel op het andere spoor - nadert met hoge snelheid een andere passagierstrein – globaal gaande in de richting van Amsterdam. Zo zie je maar; bij het spoor is altijd wat te beleven! Een stief kwartiertje later, en enkele gepasseerde passagiers- en goederentreinen verder, stappen we weer op en wandelen verder door het glooiende landschap vol met weilanden, akkers en bosperceeltjes. Links en recht in het landschap zijn wat typisch Duitse huizen gedrapeerd. We voelen ons echt in het buitenland. Hoewel, het zou qua landschap ook Zuid-Limburg kunnen zijn. We staan stil voor het landgoed ‘Stovern’. Ook weer even mooi en fraai als al die andere kloosters, oude landhuizen en kasteeltjes die we hier in Duitsland eerder tegenkwamen. ‘Stovern’ is wel een stuk ouder en stamt maar liefs uit het jaar 1230. En dat is wel erg lang geleden. De vroegere marskramers en seizoenarbeiders zullen deze plaats wel als stopplaats gebruikt hebben. Je kunt je het goed voorstellen als je hier zo staat. Via het aansluitende bos, langs winterklaar gemaakte akkers, langs - ja alweer! - een ‘hütte’ dit keer kortweg ’Sitzpilz’, wandelen we via de Alter Postweg het bos Samerrott binnen. Verschillende hoogspanningsmasten verprutsen het coulisselandschap. De vooruitgang dus! Na het passeren van de tweede galerij hoogspanningsmasten staan we bij de oude Postbrücke. En dat is goed te zien. Een grote en oude eikenboom begint de druk op de Brücke langzaam op te voeren. Misschien nog een tiental jaren en dan zal deze kant van de Brücke het waarschijnlijk gaan begeven. Opvallend zijn de wel heel veel aanwezige ‘houtenpaaltjes met witte koppen’, die het fietspad scheiden van het karrenspoor. Ook wel weer typisch Nederlands. Zou er van enige invloed sprake kunnen zijn? Even verderop waarschuwt een groot driehoekig wit bord met rode rand ons voor ‘Zecken’. ‘Teken’ dus! Vanwege de ziekte van Lym. Opvallend in dit gedeelte van het bos zijn de genummerde bospercelen. Het doet ons aan Drenthe denken. Het is nog steeds droog en de zon probeert - met enig succes overigens - door het wolkendek heen te breken. Ondanks de weersvoorspelling nog geen druppel hemelwater van boven ontvangen. En het lijkt erop dat het de rest van de dag ook droog zal blijven. Het is wel wat frisser dan gisteren. Een graad of 5. We bereiken de ‘buitenwijken’ van het dorpje Suddendorf, wandelen langs een oude en gesloten ‘betongotenfabriek’ en besluiten bij de Hütte ‘Am runden Bült’ de laatste koffie en brood te nuttigen. Als we na een minuut of tien verder wandelen, gaan we bij de Hütte gelijk rechtsaf en moeten fors omhoog tegen de ‘puist’ of ‘Bült’ op. Maar het is er heel fraai en vooral heel buitenlands. De wandelroute volgt na een paar honderd meter de langgerekte ‘kam’ van de ‘’bült’ met regelmatig prachtige vergezichten aan de linkerkant en diepe rotskloven aan de rechterkant. We schatten de hoogte van de ‘bült’ op ongeveer 80 meter. Na enkele kilometers dalen we plots weer en komen uit bij de ‘Franzosenschlucht’, een ‘ravijn’ dus. Even verderop voert een witte betonnen boogbrug ons over de rondweg van Bad Bentheim. We zijn er bijna. Nog een kilometer of anderhalf. Het is bijna 15.00 uur als we de bebouwde kom van Bad Bentheim binnenwandelen. De vele parallel lopen wegen, afgewisseld door vrij steile verbindingsweggetjes doen ons aan een bergdorp denken. Het fraaie uitzicht naar het zuiden bevestigt dit gevoel. Door het heldere weer kunnen we vrij ver richting horizon kijken en zien we in de verte dorpjes, kerktorens, bossen en wegen. Een soort van gekantelde ‘Google Earth’, maar dan driedimensionaal. We passeren een galerij waar buiten diverse fraai gevormde houtsculpturen de wacht houden en de nodige aandacht trekken. Een bijpassend houten bankje nodigt ons uit. Maar we besluiten er geen gebruik van te maken. We bevinden ons op een paar honderd meter van de ‘finish’ van vandaag en er wacht nog een lange thuisreis. Doorlopen! - is ons devies. Vlak voor het marktplein en de bäckerei van de heerlijke ‘normal brötchen’ zien we voor ons het kolossale kasteel van Bad Bentheim voor ons opdoemen. Heel indrukwekkend en zeer imposant allemaal. Logisch dat dit kasteel en zijn omgeving een grote toeristentrekker is. Heel begrijpelijk allemaal. En dat allemaal op ongeveer 14 km afstand van de grens met Nederland. Het is inmiddels 15.10 uur als we midden op het plein onze wandeletappe van vandaag symbolisch ‘afvlaggen’. Nu nog een kleine anderhalve kilometer naar het station waar de auto van Hedzer staat geparkeerd. We doen het moeiteloos en 20 minuten later kleden we ons bij de auto om. Even schone bovenkleding, schone sokken en andere schoenen. We voelen ons herboren na deze verkleedpartij. De afgelopen twee dagen waren weer heel bijzonder. Genieten en nog eens genieten. Maar nu op weg naar het hoge noorden, naar huis. Eerst naar Veenwouden, hoewel dat sinds 1 januari 2009 Feanwâlden heet, waar Hedzer Wim zal afzetten. Daarna kan Hedzer naar zijn eigen woonstee in Kollumerzwaag. Een klein ritje van krap 10 minuten lang. Het was het allemaal waard. Naar volgende etappe: Bad Bentheim- Oldenzaal |
|
|||||||||||||||||||||||